MKB doet nog steeds niet mee


Het werkveld van de inkoper is in de loop der tijd steeds groter geworden. Zo groot dat je je mag afvragen of het beroep van inkoper nog wel bestaat en niet onderdeel is geworden van het werk van andere managers en medewerkers?

Het ziet er naar uit dat de Aanbestedingswet, geldig sinds 2013, op dit punt een averechts effect heeft gehad. In elk geval in de bouwsector. Daar is het aantal onderhandse aanbestedingen enorm toegenomen, omdat bijna alle Nederlandse aanbestedende diensten hun interne drempelbedragen hebben opgetrokken.

Het is de vraag of de oorspronkelijke ambities van de nieuwe Aanbestedingswet zijn gehaald. Eén van die ambities was het verbeteren van de toegang voor MKB-ondernemers tot overheidsopdrachten.

Het ziet er naar uit dat de Aanbestedingswet, geldig sinds 2013, op dit punt een averechts effect heeft gehad. In elk geval in de bouwsector. Daar is het aantal onderhandse aanbestedingen enorm toegenomen, omdat bijna alle Nederlandse aanbestedende diensten hun interne drempelbedragen hebben opgetrokken. Voorheen hielden zij meestal een grens aan van 250.000 euro voor een openbare aanbesteding, maar tegenwoordig leggen zij de drempel op 1,5 miljoen euro! Er wordt dus veel meer onderhands aanbesteed.

Vriendjespolitiek

Het MKB laat weten dat het moeilijker is geworden om er tussen te komen. Het groepje leveranciers dat wordt uitgenodigd bij een onderhandse aanbesteding blijft beperkt tot min of meer dezelfde bedrijven. Noem het gemakzucht of vriendjespolitiek; voor een MKB’er die aan de zijlijn staat een doorn in het oog. Als het aan de kleine ondernemers lag, gingen overheden weer veel meer openbaar aanbesteden.

Transactiekosten

Maar waarom wordt er dan zoveel onderhands gedaan? De reden schuilt in een andere doelstelling van de Aanbestedingswet: het reduceren van de transactiekosten. Onderhands aanbesteden is veel eenvoudiger. Op dit punt is de opzet dus geslaagd, maar wel ten koste van de doelstelling om het MKB een eerlijke kans te geven.

Economisch voordelig

Per saldo zijn de transactiekosten trouwens niet minder geworden. Eén en ander is te lezen in het rapport van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) dat vorige maand verscheen. Door de veelvuldige gunning op EMVI (Economisch meest voordelige inschrijving) zijn aanbestedingen veel complexer. Vroeger kon je gewoon de goedkoopste kiezen, dat was voor iedereen duidelijk. Het toevoegen van allerlei andere selectiecriteria hebben de aanbestedingen ingewikkelder en tijdrovender gemaakt. Zowel voor de aanbestedende dienst als voor de aanbieders.

Ook op dit punt heeft het MKB het moeilijker gekregen. Kleine ondernemers wordt gevraagd om uitgebreide toelichtingen te geven op hun aanbiedingen. Zij zien zich genoodzaakt om tekstschrijvers in te huren om het op te kunnen nemen tegen de grote concurrenten. Die hebben speciale afdelingen met bid-teams, die niks anders doen dan offertes schrijven.

Proportionaliteit

De laatste strohalm voor het MKB zou de gids proportionaliteit moeten zijn. Die bepaalt dat een aanbestedende dienst niet onnodig mag bundelen. Als een bedrijf bijvoorbeeld meerdere vestigingen in het land heeft, mag het niet zondermeer voorschrijven dat de leverancier een landelijke dekking moet hebben. Het MKB klaagt dat ze ook op dit punt geen eerlijke kans krijgt. De rechter zegt dat je mag bundelen, zolang je maar weet uit te leggen waarom. En dat blijkt in de praktijk erg eenvoudig. Helaas, voor het MKB blijft de overheid een weerbarstige klant.

Kennis delen is kennis krijgenShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn