Elektronisch aanbesteden, bent u er klaar voor?

Elektronisch aanbesteden, bent u er klaar voor?

Ronald Vroom

Inkoopadviseur

Per 1 juli aanstaande is het voor aanbestedende diensten verplicht om alle overheidsopdrachten, die op grond van de Aanbestedingswet 2012 moeten worden aangekondigd, elektronisch aan te besteden. Wat ons betreft geldt dit ook voor opdrachten die nationaal, bijvoorbeeld op basis van inkoopbeleid, of vrijwillig vooraf worden aangekondigd. 

Elektronisch aanbesteden betekent dat, zoals ook in de Aanbestedingswet is geregeld, alle communicatie tussen inschrijvers (ook gegadigden) enerzijds en de aanbestedende dienst anderzijds volledig elektronisch moet verlopen. Natuurlijk geldt deze verplichting alleen als volledige elektronische communicatie feitelijk mogelijk is. Denk in dit kader bijvoorbeeld aan in te zenden monsters en maquettes die nu eenmaal niet per e-mail kunnen worden verstuurd!

Er is echter geen verplichting om de beoordeling van de inschrijvingen (of aanmeldingen) en de bepaling van de rangorde van inschrijvers elektronisch uit te voeren.

“Elektronisch aanbesteden betekent dat alle communicatie tussen inschrijvers enerzijds en de aanbestedende dienst anderzijds volledig elektronisch moet verlopen.”

Elektronisch aanbesteden kan met TenderNed  (daar publiceert u al dan niet via een ander platform nu ook al), maar ook met andere platforms als Negometrix, CTM solutions of andere vergelijkbare platforms. Deze commerciële platforms bieden meer functionaliteiten, bijvoorbeeld het toewijzen van vragen aan collega’s, en opties zoals contractmanagement dan TenderNed. Maar de inrichting van uw inkooporganisatie en het aantal aanbestedingen dat u jaarlijks elektronisch zou moeten uitvoeren bepaalt de keuze. 

Gaat u TenderNed vanaf 1 juli gebruiken, dan is het verstandig om goed bekend te raken met de functionaliteiten van TenderNed zoals de berichtenmodule, de beoordelingsmodule en de vraag- en antwoord module. Maar dat geldt natuurlijk ook als u na 1 juli start met een commercieel platform.

“Welk systeem u ook gebruikt, maak in de aanbestedingsstukken duidelijk wat de inschrijvers moeten doen als er problemen zijn.”

Wilt u alle aanbestedingen en dus ook de meervoudig onderhandse aanbestedingen, de dynamische aankoopsystemen en groslijsten elektronisch uitvoeren, dan komt alleen een commercieel systeem in aanmerking.

Tot slot, welk systeem u ook gebruikt, maak in de aanbestedingsstukken (in feite de door u in het systeem geplaatste content) duidelijk wat de inschrijvers moeten doen als er problemen zijn. Daarbij hoort in ieder geval het attenderen op tijdig starten met de inschrijving, een afwenteling van risico’s (die aan de inschrijver zijn toe te rekenen) naar de inschrijvers en een verwijzing naar de helpdesk van het systeem.

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 3

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 3

Andrea del Castilho

Inkoopadviseur

In de eerste twee delen van deze reeks artikelen over de herziene Gids Proportionaliteit ben ik ingegaan op de wijzigingen inzake elektronisch aanbesteden, facultatieve uitsluitingsgronden, eisen aan onderaannemers, bewijsmiddelen, zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen, de accountantsverklaring en referenties.

In dit derde en laatste deel van deze serie zal ik ingaan op aansprakelijkheid en contract-, inkoop- en leveringsvoorwaarden. Onderaan dit laatste deel vind u een tabel, waarin ik een en ander schematisch weergeef.

8. Aansprakelijkheid

Aan de ene opdracht zijn weinig, aan de andere opdracht veel risico’s verbonden. Uiteraard is het daarbij van belang om de aansprakelijkheid voor beide partijen goed geregeld te hebben. Daar geeft de Gids enkele regels voor. Bij de beoordeling van de vraag of de eisen die u in dit kader stelt, proportioneel zijn, kunt u de volgende aspecten betrekken:

  • Welke risico’s loopt u daadwerkelijk? De aansprakelijkheidseis die u stelt, dient hiermee direct verbonden te zijn.
  • Wat is op het vlak van aansprakelijkheid gebruikelijk in de branche/voor vergelijkbare opdrachten? Bij aansprakelijkheid (bijvoorbeeld in geval van letsel, dood en zaakschade) raadt de Gids u aan om aan te sluiten bij de standaarden van de verzekeringsbranche, die gelden voor de betreffende branche en/of voor vergelijkbare opdrachten. Wat is in dat kader verzekerbaar?

“Aan de ene opdracht zijn weinig, aan de andere opdracht veel risico’s verbonden.”

U kunt per opdracht bepalen welke beperking proportioneel is. De aansprakelijkheid kan worden beperkt in soort, hoogte en duur.
Voor wat betreft de soort aansprakelijkheid, kan er onderscheid gemaakt worden tussen directe en indirecte schade. U mag ingevolge voorschrift 3.9 D van de Gids geen onbeperkte directe/indirecte aansprakelijkheid eisen van inschrijvers. Dat is namelijk disproportioneel.

Ook voor wat de hoogte van het bedrag van aansprakelijkheid betreft, geldt dat u geen ongelimiteerde aansprakelijkheid mag eisen van inschrijvers, wederom omdat dat disproportioneel is.
Voor wat betreft de duur van de aansprakelijkheid kunt u aansluiten bij een percentage van de opdrachtwaarde van een jaar. In ieder geval mag u geen aansprakelijkheidseis van onbepaalde duur stellen: ook dat is disproportioneel.

Wanneer u gebruik maakt van paritair opgestelde voorwaarden (voorwaarden die zijn overeengekomen tussen enerzijds de overheid en anderzijds (een vertegenwoordiging van) marktpartijen), waarin regelingen zijn getroffen aangaande aansprakelijkheid, kunt u aansluiten bij die regelingen.

9. Contract-, inkoop- en leveringsvoorwaarden

Onder dit kopje noem ik kort nog enkele andere wijzigingen die voor uw praktijk wellicht van belang zijn:

  • U moet aan (potentiële) inschrijvers tijdens de aanbestedingsprocedure de mogelijkheid bieden om voorstellen tot aanpassing van de conceptovereenkomst, dan wel voorstellen tot afwijking van de inkoopvoorwaarden te doen;
  • Wanneer er voor de overeenkomst die u wilt gebruiken, paritair opgestelde contractmodellen of algemene voorwaarden bestaan, moet u deze modellen of voorwaarden integraal overnemen/gebruiken. Voorbeelden van paritair opgestelde voorwaarden zijn de UAV –GC 2005 (voor de bouw) en de RVOI 2001 (voor de Ingenieursbranche);
  • U mag niet vragen dat inschrijvers u garanderen dat zij de met u overeengekomen prijs met terugwerkende kracht zullen aanpassen aan de lagere prijs, die zij in de toekomst eventueel met andere wederpartijen zouden overeenkomen.

“Het belang en de noodzaak van het proportionaliteitsbeginsel in de praktijk is toegenomen.”

Conclusie

Het belang en de noodzaak van het proportionaliteitsbeginsel in de praktijk is toegenomen, reden waarom de hierboven behandelde wijzigingen in de Gids Proportionaliteit zijn doorgevoerd. Veel onderwerpen die voorheen niet met name in wet- en regelgeving werden genoemd, zijn nu geregeld in de Gids. Voor de aanbestedende dienst houdt dat een verzwaring in van de plicht om haar praktijk aan te passen aan deze wijzigingen. Ik hoop dat deze reeks artikelen en de tabel hieronder u zullen bijstaan bij het op de juiste wijze doorvoeren van de behandelde onderwerpen in uw organisatie.

2016 tabel Herziene Gids Proportionaliteit

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 2

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 2

Andrea del Castilho

Inkoopadviseur

In het eerste deel van deze reeks artikelen over de herziene Gids Proportionaliteit ben ik ingegaan op de wijzigingen inzake elektronisch aanbesteden en de facultatieve uitsluitingsgronden. In het tweede deel van deze driedelige reeks artikelen zal ik ingaan op de aan onderaannemers gestelde eisen, bewijsmiddelen, zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen, de accountantsverklaring en referenties.

3. (Eisen aan) Onderaannemers

Krijgt u te maken met onderaannemers, dan mag u aan hen geen zwaardere eisen stellen dan aan de inschrijvers zelf. Dat is disproportioneel volgens de Gids. Ook moeten de eisen die u aan onderaannemers stelt, direct terug te voeren zijn op (de competenties die benodigd zijn voor) de aan te besteden opdracht. Anders voldoet u ook niet aan de proportionaliteitseis.

4. Bewijsmiddelen

U mag slechts de inschrijver, die de economisch meest voordelige inschrijving heeft uitgebracht, vragen om bewijsmiddelen te leveren waarmee hij kan aantonen dat de uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn. Volgens de Gids is het ook disproportioneel om meer bewijsmiddelen te vragen dan die daadwerkelijk betrekking hebben op de door u gestelde uitsluitingsgronden.
De opgave van uitsluitingsgronden moet voortaan verplicht gedaan worden via het UEA, het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, dat in de plaats van de vroegere Eigen verklaring is gekomen.

“U mag alleen zekerheidsstelling van inschrijvers eisen, voor zover die noodzakelijk is voor het afdekken van de risico’s.”

5. Zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen

Voorschrift 3.5 D van de Gids gaat over zekerheidsstellingen, bijvoorbeeld cessie (van verzekeringspenningen), bankgaranties, inhouding van betalingen en escrows. (Met cessie van verzekeringspenningen wordt bedoeld dat de verzekeraar haar vorderingen op de verzekerde, bijvoorbeeld verzekeringspremies of uitkeringen, overdraagt aan anderen, bijvoorbeeld aan u als opdrachtgever.) Deze regels zijn gesteld omdat u er als aanbestedende dienst – in het kader van uw naleving van het proportionaliteitsbeginsel – altijd rekening mee moet houden wat de door u gestelde eisen en regels in de praktijk betekenen voor de inschrijvers. Het eisen van zekerheidsstellingen betekent voor elke inschrijver namelijk hoge kosten en beperkt de inschrijver in de mogelijkheden om zijn geld te beheren en besteden.

U mag alleen zekerheidsstelling van inschrijvers eisen, voor zover die noodzakelijk is voor het afdekken van de risico’s, verbonden aan de uitvoering van de opdracht. En dan nog mag de waarde van de zekerheidsstelling maximaal 5% van de waarde van de opdracht zijn. Wilt u van dit percentage afwijken, in die zin dat u een hoger percentage wil eisen, dan moet u dat deugdelijk motiveren in uw aanbestedingsstukken. Dit mag bijvoorbeeld wanneer u met de inschrijver overeengekomen bent dat u hem vooruit betaalt, dus voordat hij de prestatie heeft geleverd: de hoogte van de zekerheidsstelling mag u in zo’n geval relateren aan de door u gegeven vooruitbetaling of het door u gegeven voorschot. In het kader van de proportionaliteit mag u niet vragen dat de zekerheidsstelling langer loopt dan strikt noodzakelijk is voor de aan te besteden opdracht en raadt de Gids u aan om de zekerheidsstelling naar beneden bij te stellen, wanneer een deel van de opdracht is afgerond. Ook moet u in het oog houden dat u geen dubbele zekerheidsstellingen (bijvoorbeeld zowel een bankgarantie, als inhouding van betalingen) mag vragen: dat is disproportioneel.

Omdat verzekeraars in het algemeen niet instemmen met het cederen van verzekeringspenningen wordt het door de Gids sterk afgeraden om inschrijvers te vragen om cessie van verzekeringspenningen.

6. Accountantsverklaring

Pas nadat u een opdracht heeft gegund, mag u van de partij aan wie u gegund heeft, een goedkeurende accountantsverklaring betreffende de jaarrekening vragen. U mag echter geen door de accountant overgelegde (deel-)verklaring, die betrekking heeft op een of meer onderdelen van de jaarrekening van de inschrijver, verlangen. Is een inschrijver niet jaarrekeningplichtig, dan is het voldoende dat hij een beoordelings- of samenstellingsverklaring overlegt. Zie hiervoor voorschrift 3.5 E van de Gids.

De achterliggende reden voor laatstgenoemd voorschrift is wederom, dat het in beginsel disproportioneel is om een goedkeurende accountantsverklaring bij een jaarrekening te vragen aan een ondernemer die niet jaarrekeningplichtig is, omdat het voor die ondernemer voor extra administratieve verplichtingen zorgt. Van dergelijke inschrijvers kunt u dus ofwel een beoordelings-, ofwel een samenstellingsverklaring eisen, maar dan alleen van de inschrijver waarvan u verwacht, dat die de opdracht gegund zal krijgen.

Afwijkende of aanvullende verklaringen mag u niet eisen: dat is disproportioneel. U mag dus niet vragen om extra verklaringen bij bijvoorbeeld referentieprojecten. En wanneer een inschrijver deel uitmaakt van een concern, is het voldoende dat de inschrijver geconsolideerde jaarstukken van het gehele concern overlegt: vragen naar een enkelvoudige accountantsverklaring daarnaast is disproportioneel, wanneer het concern alleen geconsolideerde jaarstukken beschikbaar heeft. U mag dan wel van de inschrijver vragen dat zij via een eenvoudige verklaring vastlegt, dat het concern met betrekking tot de door u gestelde eisen garant staat voor deze inschrijver.

“Pas nadat u een opdracht heeft gegund, mag u van de partij aan wie u gegund heeft, een goedkeurende accountantsverklaring betreffende de jaarrekening vragen.”

7. Referenties

Volgens voorschrift 3.5 G van de Gids mag u per kerncompetentie maximaal een (1) referentie vragen. Volgens de Gids is dat voldoende. Vraagt u naar referentieprojecten, dan raadt de Gids u aan om niet te vragen naar referentieprojecten met een hogere waarde dan maximaal 60% van de geraamde waarde van de opdracht, die wordt aanbesteed. Wilt u daarvan afwijken, dan moet u dat gedegen motiveren.

Voor werken mag u een referentietermijn van maximaal 5 jaar aanhouden. Voor diensten en leveringen geldt een referentietermijn van maximaal 3 jaar. U mag deze termijnen verkorten, maar niet verlengen. Alleen wanneer er onvoldoende gegadigden zijn die kunnen voldoen aan de door u gestelde referentie-eisen, mag u overgaan tot verlenging van deze termijnen.
Uit de overgelegde referenties moet blijken dat de inschrijver daadwerkelijk beschikt over de competenties, die noodzakelijk zijn om hetgeen u vraagt, in de praktijk te brengen. Het is niet nodig dat de referenties betrekking hebben op identieke opdrachten, als die u wilt aanbesteden.

Verder wordt aangeraden terughoudend te zijn met het stellen van vormvereisten aan referenties. In de praktijk zou dat namelijk voor de inschrijver kunnen betekenen dat hij telkens terug moet naar zijn referent (waarvoor hij mogelijk jaren geleden de referentieopdracht heeft verricht) om telkens opnieuw om een handtekening te vragen voor telkens een nieuw referentie-opgave-model. De Gids geeft aan dat dit disproportioneel is, omdat het onder andere leidt tot ongewenste administratieve belasting van de inschrijver.

In het derde en laatste deel van deze serie komen referenties, aansprakelijkheid en contract-, inkoop- en leveringsvoorwaarden aan bod. In het laatste deel treft u ook een handig overzicht aan waarin u in een oogopslag kunt zien op welke wijze de behandelde onderwerpen in het kader van het proportionaliteitsbeginsel juist worden toegepast en wanneer dat juist niet het geval is.

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 1

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 1

Andrea del Castilho

Inkoopadviseur

De recente herziening van de Aanbestedingswet 2012 heeft ook geleid tot herziening van de Gids Proportionaliteit. Het doel van deze herziening is een betere samenwerking tussen aanbestedende diensten en de markt, alsook om het gehele aanbestedingsproces voor alle betrokken partijen te vereenvoudigen. Daarnaast wil de wetgever tegemoet komen aan de bezwaren van de markt omtrent de – soms –onredelijke eisen, die aanbestedende diensten in aanbestedingsprocedures stellen.

De recente herziening van de Aanbestedingswet 2012 heeft ook geleid tot herziening van de Gids Proportionaliteit (hierna: de Gids, klik hier voor de Gids). Het doel van deze herziening is een betere samenwerking tussen aanbestedende diensten en de markt, alsook om het gehele aanbestedingsproces voor alle betrokken partijen te vereenvoudigen. Daarnaast wil de wetgever tegemoet komen aan de bezwaren van de markt omtrent de – soms –onredelijke eisen, die aanbestedende diensten in aanbestedingsprocedures stellen.

In mijn vorige artikel, ‘Wat betekenen de wijzigingen op de Aanbestedingswet voor u?’, ben ik globaal ingegaan op de herziening van de Aanbestedingswet 2012 en daarmee samenhangende onderwerpen. In dit artikel, dat in drie delen zal verschijnen, behandel ik – zonder daarbij uitputtend te willen zijn –de belangrijkste aanpassingen van de Gids en geef ik daarbij aan wat dat voor u in de praktijk betekent.

De Gids is nog steeds een verplicht richtsnoer voor de praktische toepassing van het proportionaliteitsbeginsel: bij juridische procedures toetst de rechter namelijk evenzeer aan de Gids, als aan de Aanbestedingswet en andere relevante wet- en regelgeving. Ook moeten de in de Gids opgenomen voorschriften verplicht worden nageleefd. Leeft u ze niet na, dan moet u dat motiveren.

“De Gids is nog steeds een verplicht richtsnoer voor de praktische toepassing van het proportionaliteitsbeginsel.”

De Gids geldt voor alle aanbestedingen, zowel voor nationale, als voor Europese. De Gids geldt ook voor alle sectoren, dus ook voor de speciale sectoren.
In de drie delen waaruit dit artikel bestaat, zal ik achtereenvolgens de volgende 9 onderwerpen behandelen:

Deel 1
1. elektronisch aanbesteden,
2. facultatieve uitsluitingsgronden,

Deel 2
3. (eisen aan) onderaannemers,
4. bewijsmiddelen,
5. zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen,
6. accountantsverklaring,
7. referenties,

Deel 3
8. aansprakelijkheid en
9. contracts-, inkoop en leveringsvoorwaarden.

In de artikelen volg ik de doorgaande nummering, zoals hierboven aangegeven. Onderaan het derde en laatste deel van dit artikel sluit ik af met een tabel, waarin ik een en ander schematisch weergeef.

1. Elektronisch aanbesteden
Met de herziening van de Aanbestedingswet 2012, is elektronisch aanbesteden met ingang van 1 juli 2017 (dus vanaf volgend jaar!) verplicht gesteld. Denkt u eraan dat, naast de publicatie, ook de aanbestedingsdocumenten en de inschrijving en de procedure, evenals alle communicatie vanaf 1 juli 2017 elektronisch plaats moet vinden via een van de daarvoor bestemde platformen, zoals TenderNed of Tsenders (door TenderNed geautoriseerde platformen). Op TenderNed kunt u via deze link https://www.tenderned.nl/over-tenderned/ketenpartners een opsomming vinden van Tsenders. De bedoeling van elektronisch aanbesteden is om de administratieve lasten voor uzelf, maar ook voor de inschrijvers te verlichten. Voor meer informatie over dit onderwerp verwijs ik u naar het artikel Heeft u al een agendapunt voor 1 juli 2017 aangemaakt? Elektronisch aanbesteden! van mijn collega, Marius Dygudaj, die u meer over dit onderwerp vertelt.

2. Facultatieve uitsluitingsgronden
Hier behandel ik de ernstige fout en past performance. Zie hiervoor paragraaf 3.5.1 en voorschrift 3.5 A van de Gids.
a. Ernstige fout
U kunt partijen uitsluiten wegens het hebben begaan van een ‘ernstige fout’, maar deze uitsluitingsgrond mag u alleen in zeer uitzonderlijke situaties toepassen. Juist omdat dit begrip voor meerdere uitleg vatbaar is, moet u terughoudend zijn bij de toepassing ervan. Een deel van de fouten die hieronder vallen, zijn opgenomen in de Gedragsverklaring Aanbesteden.
b. Past performance
Dezelfde terughoudendheid moet u in acht nemen bij het uitsluiten van inschrijvers wegens ‘past performance’ (gedragingen van de inschrijver in het verleden). Wanneer u deze uitsluitingsgrond wil gebruiken, moet u zich daarbij realiseren dat het niet gaat om kleine misstappen van de inschrijver, maar om objectief vastgestelde aanzienlijke of herhaaldelijke tekortkomingen van essentiële bepalingen bij eerdere opdrachten waar deze inschrijver voor verantwoordelijk kan worden gehouden. Van aanzienlijke of herhaaldelijke tekortkomingen is sprake wanneer het tekortkomingen betreft, die hebben geleid tot vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst, schadevergoeding of andere vergelijkbare (niet-standaard en substantiële) sanctie. Het betreft “nadrukkelijk uitzonderlijke situaties” en de tekortkoming moet “objectief en consistent” zijn vastgesteld. (Zie de Gids onder voorschrift 3.5 A). U mag hierbij rekening houden met zowel tekortkomingen bij uzelf, als bij andere opdrachtgevers.

De nieuwe Gids geeft duidelijke handvaten over hoe om te gaan met de lijst/het register, waarin de slechte prestaties van aanbieders worden bijgehouden. Wanneer u zo’n lijst/register bijhoudt, moet u dat zorgvuldig doen en altijd rekening houden met het feit dat dergelijke lijsten al snel imagoschade voor bedrijven kunnen opleveren. Het is uw verantwoordelijkheid als aanbestedende dienst om ervoor te zorgen dat uw organisatie daar verantwoordelijk mee omgaat.

“Uit de cijfers die dan naar boven komen kan je heel veel signalen aflezen.”

Zorgt u dus voor voldoende details in de vermelding van de tekortkoming(-en) van bedrijven. Van groot belang is ook dat u elke ondernemer de kans biedt om zijn eventuele vermelding op de lijst ter discussie te stellen en aan te tonen dat hij acties (In de Gids worden dat ‘verbeteracties’ genoemd) heeft ondernomen om eventuele tekortkomingen in de toekomst te voorkomen. Dit wordt in de Gids het ‘zelfreinigend vermogen’ van ondernemers genoemd. U moet daar drie jaar voor terugkijken. Mocht de ondernemer erin geslaagd zijn om aan te tonen dat hij weer een betrouwbare partner is, dan mag u hem niet meer uitsluiten. Wilt u dat toch doen, dan moet u die beslissing heel goed motiveren.

In het tweede deel van deze serie artikelen zal ik ingaan op de volgende onderwerpen: eisen aan onderaannemers, bewijsmiddelen, zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen en de accountantsverklaring. In het derde en laatste deel van deze serie komen referenties, aansprakelijkheid en contract-, inkoop- en leveringsvoorwaarden aan bod. In het laatste deel treft u ook een handig overzicht aan waarin u in een oogopslag kunt zien op welke wijze de behandelde onderwerpen in het kader van het proportionaliteitsbeginsel juist worden toegepast en wanneer dat juist niet het geval is.

De recente herziening van de Aanbestedingswet 2012 heeft ook geleid tot herziening van de Gids Proportionaliteit. Het doel van deze herziening is een betere samenwerking tussen aanbestedende diensten en de markt, alsook om het gehele aanbestedingsproces voor alle betrokken partijen te vereenvoudigen. Daarnaast wil de wetgever tegemoet komen aan de bezwaren van de markt omtrent de – soms –onredelijke eisen, die aanbestedende diensten in aanbestedingsprocedures stellen.

Lees meer De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 1

Staat 1 juli 2017 al bij u in de agenda? Electronisch Aanbesteden

Staat 1 juli 2017 al bij u in de agenda? Electronisch Aanbesteden

Marius Dygudaj

Inkoopadviseur

18 april 2016 was een belangrijke datum, niet alleen vanwege de implementatie van de nieuwe Europese richtlijnen 2014/23, 2014/24 en 2014/25, maar ook vanwege de invoering van elektronisch aanbesteden. Hoewel de Nederlandse overheid voor de invoering van verplicht elektronisch aanbesteden uitstel tot 18 oktober 2018 heeft gekregen, heeft zij besloten om deze verplichting reeds vanaf 1 juli 2017 te stellen. Deze beslissing is genomen na een internetconsultatie en in overleg met marktpartijen, aanbestedende diensten, speciale-sectorbedrijven en adviesgesprekken met belangenorganisaties. De invoerdatum geldt overigens niet voor aankoopcentrales (aanbestedende diensten die voor andere aanbestedende diensten bestemde leveringen of diensten verwerven): voor hen gaat de verplichting al per 18 april 2017 in.

Uit de uitkomsten van een onderzoekproject LIPSE van 2014 (Learning from Innovation in Public Sector Environments), gecoördineerd door de afdeling Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam, blijkt dat meeste Nederlandse aanbestedende diensten zich als “volgers” typeren. Daarmee wordt bedoeld dat zij wachten met introductie van e-aanbesteden, totdat zij daartoe worden aangemoedigd door ervaringen van andere organisaties (pioniers). Dit onderzoek benadrukt ook dat Nederland relatief laat is met digitalisering van de aanbestedingsprocedure. Het hoogtepunt beleefde Nederland in dit kader in 2013/2014, terwijl andere lidstaten e-aanbesteden reeds tussen 2005 en 2008 hebben geïntroduceerd.

Ik was in de veronderstelling dat er al lang (volledig) elektronisch aanbesteed wordt. U misschien ook. Om die reden is het handig om een aantal zaken op een rijtje te zetten:

Wat wordt onder elektronisch aanbesteden begrepen? Het langs elektronische weg overbrengen en uitwisselen van informatie in alle fasen van de aanbestedingsprocedure, inclusief het versturen van verzoeken tot deelname en de verzending van inschrijvingen. Dit betekent afschaffing van het gebruik van papieren documenten.
Wat vindt men in de wetgeving hierover terug? Vóór de implementatie van bovenvermelde richtlijnen, heeft de Aanbestedingswet 2012 aanbestedende diensten verplicht alle openbare aanbestedingen, zowel nationaal (met voorafgaande aankondiging) als Europees, eerst op TenderNed te publiceren. Vervolgens kon de aanbestedende dienst zelf voor elektronisch of niet elektronisch verlopen van de procedure kiezen. De nieuwe Europese richtlijnen (en dus de huidige Aanbestedingswet 2012) verplichten elektronisch aanbesteden, wat betekent dat de aanbestedende diensten geen keuze meer hebben over het verloop van de aanbestedingsprocedure: de gehele procedure moet elektronisch gebeuren!
Wat is TenderNed? Waarschijnlijk kent u TenderNed al. Voor diegenen die het niet weten: TenderNed is het aanbestedingssysteem van de Nederlandse overheid, waarop alle aanbestedende diensten verplicht zijn hun nationale en Europese aanbestedingen te publiceren. Het platform is onderdeel van PIANOo, het Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken.

“Ik was in de veronderstelling dat er al lang (volledig) elektronisch aanbesteed wordt.”

Elk jaar wordt een rapportage door TenderNed gepubliceerd waarin het gebruik van het platform nader beschreven wordt. De cijfers laten onder andere de adoptiegraad van elektronisch aanbesteden zien. Deze lag voor 2015 op 69% van alle openbaar aangekondigde aanbestedingen, waarvan 1835 aanbestedingen volledig via TenderNed verliepen en 1885 op TenederNed gepubliceerd waren maar verliepen via andere platforms (zogenaamde tSenders – de geautoriseerde commerciële platforms die een automatische importkoppeling met TenderNed hebben). Meer dan 1.500 (31%) aanbestedingen zijn nog op een traditionele manier uitgevoerd, dat betekent de publicatie digitaal heeft plaatsgevonden, echter, de inschrijving moest nog op papier ingediend worden. Elk jaar wordt er tevens meer volledig digitaal aanbesteed: het afgelopen jaar is het percentage digitaal aanbesteden met 37,5% gestegen.

De cijfers hebben alleen betrekking op nationale en Europese (openbare en niet-openbare) aanbestedingen. De adoptiegraad bij enkel- en meervoudig onderhandse inkooptrajecten is in het rapport niet inbegrepen. De reden hiervoor is dat de publicatie en het digitaal verlopen van bovengenoemde aanbestedingsprocedures niet wettelijk verplicht is gesteld.

Nut en problematiek van de digitale revolutie

Waarom werd de plicht voor elektronisch aanbesteden ingevoerd? Wat voor toegevoegde waarde heeft dat voor u als aanbestedende dienst en voor de potentiële inschrijvers? En waarom zou u elektronisch willen aanbesteden? Alle overheidsopdrachten op één plek, is de achterliggende gedachte van de Europese Unie. Elke belanghebbende marktpartij heeft door elektronisch aanbesteden op elk willekeurig moment toegang tot aanbestedingsdocumenten, die kosteloos ter beschikking zijn gesteld. Daardoor wordt het transparantiebeginsel (een van de belangrijkste pijlers van de aanbestedingswet) gewaarborgd, de concurrentiestelling wordt groter en er wordt rechtmatig(er) aanbesteed. Het resultaat van vooral het laatstgenoemde is, dat er minder fouten worden gemaakt. Elektronisch aanbesteden zorgt verder onder andere voor efficiëntere afwikkeling van aanbestedingen, verkorting van de duur van aanbestedingsprocedures en levert een bijdrage aan de professionalisering van de inkoopfunctie.

Er zijn nog twee standpunten die vaker genoemd worden door de voorstanders van dit initiatief tot elektronisch aanbesteden, waarover ik me wil uitlaten:

Stelling: Elektronisch aanbesteden levert voordelen voor het milieu op (denkt u aan minder papier- en energieconsumptie). Dat klopt, denk ik, mits de aanbestedende dienst de inschrijvingen niet gaat uitprinten om deze te laten beoordelen door het opgestelde beoordelingsteam en/of de aanbestedingsstukken volledig digitaal opgesteld worden. Hetzelfde geldt ook voor inschrijvers die hun stukken vaak uitprinten, teneinde ze te bespreken met collega’s. Denkt u ook aan een aantal in te dienen documenten die niet bruikbaar zijn in de digitale vorm. Natuurlijk draagt e-aanbesteden bij aan een papierloze wereld, maar we zijn pas aan het begin van een heel lange reis, voordat we werkelijk zonder papier te werk kunnen gaan. Want weest u eens eerlijk: Wanneer heeft u documenten voor een inschrijving, een ander aanbestedingsstuk of beoordelingsmatrix voor het laatst uitgeprint? Gaat u zich per 1 juli 2017 aanpassen aan “het nieuwe papierloze aanbesteden”?

Stelling: Elektronisch aanbesteden zorgt voor minder administratieve lasten. De meningen hierover zijn verdeeld. Denkt u aan aanbestedende diensten die de digitale revolutie nog niet hebben meegemaakt, die geen resources en/of geen ruime ervaring met aanbestedingsplatforms hebben. Het personeel moet dan wel getraind worden, er moet een software licentie aangeschaft worden en er moet een procedure beschreven worden die voor elk type aanbesteding de kaders schept. Overigens zal aan templates gewerkt moeten worden, zodat een publicatie zo min mogelijk tijd in beslag neemt. U kunt ook een voorkeursplatform selecteren, waarop u alle aanbestedingen gaat publiceren. Dat kan of TenderNed, of één van de tSenders zijn. Hier zijn natuurlijk kosten van eHerkenning of van een licentie aan verbonden. Mijn advies is, om zo gauw mogelijk het toepassen van e-aanbesteden te overwegen, mocht uw organisatie dat nog niet hebben gedaan. Nogmaals: de deadline is 1 juli 2017 en de tijd dringt!
Ook de marktpartijen worden geconfronteerd met digitaal aanbesteden en moeten zij eraan wennen. Zij wijzen echter nadrukkelijk erop dat er verschillende systemen voor e-aanbesteden binnen één branche worden gebruikt. Welke gevolgen heeft dat (voor het MKB)? De aanbieders zullen de weg op meerdere platforms weten te vinden. In het beste geval wordt alleen op TenderNed gewerkt en in het ergste geval op nog 8 tSenders die tegenwoordig geaccrediteerd en gekoppeld zijn met het aanbestedingsplatform van de overheid. Dat brengt kosten met zich mee – tSenders zijn namelijk commerciële bedrijven die op basis van licenties (maandelijkse of jaarlijkse contributie) werken. Het personeel van de gebruiker dient getraind te worden, procedures moeten worden omschreven en alle verplichte documenten, zoals een uittreksel van Kamer van Koophandel of een Gedragsverklaring Aanbesteden, moeten geüpload én beheerd worden. Dat kost tijd, energie en voornamelijk veel investering. De potentiële aanbieder kan echter van de inschrijving afzien vanwege het gebruikte platform – de aanbestedende diensten moeten niet verwachten dat alle marktpartijen alle 9 platforms actief gebruiken, anders wordt een onnodige drempel voor het MKB gecreëerd en wordt voor marktfragmentatie gezorgd. Juist dat is niet de bedoeling van het elektronisch aanbesteden.

“Stelling: Elektronisch aanbesteden levert voordelen voor het milieu op.”

Onder de drempel; digitaal of juist niet?

De herziende versie van Aanbestedingswet 2012 verplicht aanbestedingen boven de Europese drempel digitaal te laten verlopen. Wat is dan de regeling met betrekking tot tenders onder de drempel? Jaarlijks wordt immers meer meervoudig onderhands aanbesteed, dan nationaal én Europees bij elkaar. Wettelijk wordt noch publicatie, noch digitalisering verplicht gesteld voor deze aanbestedingsvorm. In de praktijk wordt dit daarentegen vaker toegepast, door middel van tSenders die de onderhandse markt hebben veroverd. De platforms zijn zodanig ingericht, dat de aanbestedende diensten meerdere procedures ter beschikking hebben: onderhands, openbaar, niet-openbaar en procedures voor de private sector. Aan de andere kant ontbreekt het aan een uitgebreid onderzoek naar tevredenheid van de aanbestedende diensten en inschrijvers, waar ook het gebruik en de gebruiksvriendelijkheid van tSender platforms aan de orde komt. Ook zijn er geen officiële cijfers, waaruit het aantal doorgelopen procedures, die niet op TenderNed gepubliceerd hoeven te worden, bekend.

En TenderNed? De focus daarvan ligt op nationale en Europese trajecten en het is vooral niet handig om een meervoudig onderhandse aanbesteding via TenderNed te laten verlopen. Reden hiervoor: te veel verplichte gegevens, wat vertaald kan worden naar te veel administratieve lasten ten opzichte van de opbrengst en het eindresultaat.

Gaat TenderNed een eenvoudigere versie ontwikkelen voor aanbestedingen onder de Europese drempel? Zou zo’n oplossing handig zijn? Zou het een positieve bijdrage leveren aan volledige digitalisering van de aanbestedingswereld? Of is TenderNed al te laat met zulke oplossing? De antwoorden op deze vragen moeten we nog afwachten.

Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, leidt dat echt tot lasten verlichting?

Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, leidt dat echt tot lasten verlichting?

Joffrey te Slaa

Inkoopadviseur

Met de komst van de gewijzigde Aanbestedingswet 2012 per 1 juli 2016 is de Eigen verklaring bij aanbestedingen vervangen door het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA). Het UEA is een door de Europese Commissie opgesteld standaardformulier dat de verschillende nationale Eigen verklaringen vervangt. Het UEA is beschikbaar als bewerkbare PDF of online als elektronische UEA- dienst. Het doel van de UEA is het verlichten van de administratieve lasten voor zowel aanbestedende diensten als de inschrijvers. Door het UEA in alle officiële talen beschikbaar te stellen beoogt de Europese Commissie grensoverschrijdende deelname aan aanbestedingen te bevorderen.

Met de komst van de gewijzigde Aanbestedingswet 2012 per 1 juli 2016 is de Eigen verklaring bij aanbestedingen vervangen door het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA). Het UEA is een door de Europese Commissie opgesteld standaardformulier dat de verschillende nationale Eigen verklaringen vervangt. Het UEA is beschikbaar als bewerkbare PDF of online als elektronische UEA- dienst.

Het doel van de UEA is het verlichten van de administratieve lasten voor zowel aanbestedende diensten als de inschrijvers. Door het UEA in alle officiële talen beschikbaar te stellen beoogt de Europese Commissie grensoverschrijdende deelname aan aanbestedingen te bevorderen.

Gaat het UEA deze doelstellingen nu echt bereiken? Natuurlijk zal de praktijk uit moeten wijzen of dit daadwerkelijk het geval is, maar ik ben van mening ben dat de doelstellingen maar ten dele bereikt zullen worden en wel om de volgende redenen:

“Ik ben van mening ben dat de doelstellingen maar ten dele bereikt zullen worden.”

Grensoverschrijdende deelname

Mijn inziens zal het UEA hier maar beperkt aan bijdragen. Het invullen van het UEA door inschrijvers zal eenvoudiger worden doordat het in alle officiële talen beschikbaar is. Het UEA voorkomt daarmee taalproblemen en problemen in verband met de precieze formulering van officiële verklaringen. Het is echter de vraag of dit grensoverschrijdende deelname aan aanbestedingen zal bevorderen. Aanbestedende diensten eisen in de aanbestedingstukken namelijk vaak dat de ingediende stukken worden opgesteld in de nationale taal van de aanbestedende dienst. De taalproblemen bij het invullen van de UEA worden door het beschikbaar stellen van het document in alle officiële talen wel verminderd, maar de in te dienen aanbestedingstukken door inschrijvers bestaan uiteraard uit veel meer dan alleen het UEA. Door de mogelijkheid dat aanbestedingsstukken in de nationale taal van de aanbestedende dienst moeten worden opgesteld wordt dit effect gelijk weer teniet wordt gedaan.

Verminderen van de administratieve lasten

Het verminderen van de administratieve lasten kan met het UEA mijn inziens wel bereikt worden. Aanbestedende diensten hoeven in tegenstelling tot de Eigen verklaring in het UEA alleen de algemene gegevens met betrekking tot de aanbesteding in te vullen en aan te vinken welke uitsluitingsgronden van toepassing zijn. De overige gegevens dienen door de inschrijvers ingevuld te worden. Wanneer de aanbesteding op TenderNed is gepubliceerd en de aanbestedende dienst gebruik maakt van de elektronische UEA-dienst worden de algemene gegevens met betrekking tot de aanbesteding zelfs automatisch ingevuld op het UEA. Ik moet hierbij wel de opmerking maken dat het ontbreken van een nummering van onderdelen in het UEA het lastiger maakt om verwijzingen hiernaar op te nemen in de aanbestedingsdocumenten, wat het verminderen van de administratieve lasten en de gebruiksvriendelijkheid van het UEA niet ten goede komt.

Op het eerste gezicht hebben inschrijvers aan het UEA meer werk. De inschrijvers moeten, in vergelijking met de Eigen verklaring, immers meer en uitgebreidere informatie in het UEA verstrekken. Echter, de elektronische UEA-dienst die door de Europese Commissie beschikbaar gesteld is, stelt inschrijvers in staat om informatie uit eerdere aanbestedingen of andere bronnen (bijvoorbeeld het Handelsregister) in het UEA te kopiëren. Verder kunnen aanbestedende diensten en/of lidstaten er voor kiezen om inschrijvers minder informatie te laten verstrekken om zo de administratieve lasten te verlichten.

“Met de vervanging van de Eigen verklaring door de UEA verandert er inhoudelijk niet veel.”

Zo heeft Nederland besloten dat inschrijvende ondernemingen alleen onderdeel α (globale indicatie van alle selectiecriteria) van deel IV van het UEA in hoeven te vullen. Hierdoor kan de inschrijver met het aankruisen van de optie “ja” verklaren aan alle geschiktheidseisen te voldoen, zonder deze uitgebreid afzonderlijk toe te hoeven lichten. Hierdoor worden de administratieve lasten voor inschrijvers verder beperkt. Om de administratieve lasten voor uw organisatie verder te verlichten wil ik u graag verwijzen naar de handleiding UEA geschreven door mijn collega Andrea del Castilho en mijzelf, die binnenkort zal verschijnen en waarin wij een toelichting geven op de werking en invulling van het UEA.

Conclusie

Met de vervanging van de Eigen verklaring door de UEA verandert er inhoudelijk niet veel. De inhoud van het UEA komt grotendeels overeen met de Eigen Verklaring, de informatie die moet worden verstrekt is alleen uitgebreider. De veranderingen die een administratieve lastenverlichting tot gevolg moeten hebben zitten hem voornamelijk in de manier waarop er met het UEA document gewerkt kan worden en in het feit dat alleen de winnaar de bewijsstukken hoeft te verstrekken, hoewel dit bij de Eigen Verklaring ook al het geval was hielden aanbestedende diensten hier zich niet altijd aan. Het kopiëren van informatie uit eerdere aanbestedingen of andere bronnen zal voor inschrijvers tijdswinst en een vermindering van de administratieve lasten opleveren. De administratieve lasten kunnen verder beperkt worden indien aanbestedende diensten en/of lidstaten de in het UEA gevraagde informatie verder beperken door bepaalde onderdelen niet uit te vragen of inschrijvers in één keer laten verklaren dat zij aan alle selectiecriteria te voldoen.

Of het UEA ook daadwerkelijk grensoverschrijdende deelname aan aanbestedingen zal bevorderen betwijfel ik op basis van het genoemde argument dat aanbestedende diensten vaak eisen van inschrijvers dat de aanbestedingsstukken in hun nationale taal ingediend moeten worden. Wellicht heb ik het hier mis, de tijd zal het ons leren.

Wat betekenen de wijzigingen op de Aanbestedingswet 2012 voor u?

Wat betekenen de wijzigingen op de Aanbestedingswet 2012 voor u?

Andrea del Castilho

Inkoopadviseur

Eindelijk zijn dan op 1 juli de wijzigingen op de Aanbestedingswet 2012 in werking getreden. Tegelijk  is ook het flankerend beleid van die wet, namelijk de ARW 2012, de Gids Proportionaliteit en de Uniforme Eigen Verklaring in werking getreden. Een aantal bepalingen van de Aanbestedingswet is nader uitgewerkt in het Aanbestedingsbesluit. Ook dat besluit is herzien. De links naar alle relevante documenten vindt u onderaan dit artikel.

Deze herziening heeft natuurlijk gevolgen voor u als aanbestedende dienst. In dit artikel stip ik in dat kader enkele belangrijke wijzigingen van de Aanbestedingswet aan. Ook geef ik enkele wijzigingen aan van de Gids Proportionaliteit. In opvolgende artikelen zullen deze onderwerpen uitgebreider worden behandeld.

Elektronisch aanbesteden

Natuurlijk doet uw organisatie al aan elektronisch aanbesteden, u moet immers TenderNed gebruiken voor alle verplichte aankondigingen. Echter, vanaf 1 juli 2017 is het voor alle opdrachten boven de Europese drempelwaarden, inclusief alle sociale en andere specifieke diensten met een opdrachtwaarde van boven de Euro 750.000,-, wettelijk verplicht om de gehele aanbestedingsprocedure digitaal te laten verlopen. Dus niet alleen de publicatie en de communicatie maar ook de inschrijving en beoordeling. Wees er daarom op bedacht dat uw organisatie per 1 juli 2017 zodanig moet zijn ingericht, dat zij in staat is om volledig elektronisch te kunnen aanbesteden.

Nieuwe procedures

Het innovatiepartnerschap is een van de nieuwe procedures, die in de herziene Aanbestedingswet worden geïntroduceerd. Met deze procedure wordt meer ruimte geschapen voor dialoog met de markt en voor het uitvragen van innovatieve oplossingen. Deze procedure is bestemd voor overheidsopdrachten, die gericht zijn op ‘ontwikkeling en aanschaf van een innovatief product of werk of een innovatieve dienst welke niet reeds op de markt beschikbaar is’. Aanbestedende diensten kunnen met een of meer marktpartijen een samenwerking aangaan, om nieuwe of innovatieve producten te ontwikkelen.

Een tweede nieuwe procedure is de Mededingingsprocedure met onderhandeling (MMO). Deze procedure lijkt op de concurrentiegerichte dialoog. Een verschil met de concurrentiegerichte dialoog is dat bij de MMO pas na een dialoogfase een eerste inschrijving plaatsvindt.
II-B diensten bestaan niet meer!

“Natuurlijk doet uw organisatie al aan elektronisch aanbesteden, u moet immers TenderNed gebruiken voor alle verplichte aankondigingen.”

Hiervoor zijn de ‘ Sociale en andere specifieke diensten’ in de plaats gekomen. Onder deze categorie vallen sommige diensten, die vroeger onder het II-B regime vielen. Het betreft diensten van onder meer de gezondheidszorg, onderwijs, enkele juridische diensten, maatschappelijke dienstverlening en administratiediensten voor onderwijs. Is de opdrachtwaarde minder dan € 750.000,-, dan is een meervoudig onderhandse procedure vaak voldoende. In ieder geval dient de opdracht, wanneer er sprake is van een duidelijk grensoverschrijdend belang, te worden aangekondigd. Ook dient het gunningsbericht te worden gepubliceerd.

Uniform Europees Aanbestedingsdocument vervangt Eigen verklaring

Vanaf 1 juli jongstleden is het Nederlandse model eigen verklaring vervallen. Daarvoor in de plaats is het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) gekomen. Het UEA is een Europees standaard document dat wordt toegepast op aanbestedingen zowel boven, als onder de drempel. Aanbestedende diensten zijn verplicht om deze verklaring te hanteren.

Voor opdrachten boven de drempel is het gebruik van een UEA verplicht. Voor opdrachten onder de drempel is het gebruik van de UEA alleen verplicht, indien u zou besluiten om bij aanbestedingen uitsluitingsgronden en/of geschiktheidseisen te stellen.

Het Ministerie van Economische Zaken heeft in het kader van de UEA een interactief pdf-formulier ontwikkeld. Dit formulier bestaat uit een deel dat door de aanbestedende dienst wordt ingevuld en een deel dat door de inschrijvers wordt ingevuld. Het UEA verschilt slechts op enkele punten van de vroegere Nederlandse Eigen Verklaring.

Percelenregeling en clusteren

Ook op het vlak van percelen en clusteren zijn veranderingen ingetreden. In principe bent u als aanbestedende dienst verplicht om een opdracht in percelen op te splitsen. Besluit u dat niet te doen, dan moet u dat in de aanbestedingsstukken motiveren. U mag de opdracht echter niet onrechtmatig splitsen, dat wil zeggen met het doel om de aanbestedingsregels te ontduiken. Ook is het nu mogelijk om een maximum te stellen aan het aantal percelen dat aan een partij kan worden gegund. Het omgekeerde kan echter ook het geval zijn: dat het juist, vanuit het proportionaliteitsbeginsel bezien, beter is om geen beperking aan te brengen in het aantal percelen dat u aan een partij wil gunnen.

Daarnaast is het u in principe verboden om opdrachten te clusteren, dat wil zeggen om verschillende kleine opdrachten in een aanbesteding onder te brengen. Besluit u dat toch te doen, dan dient u dit in de aanbestedingsstukken te motiveren.

“Het is nu mogelijk om een maximum te stellen aan het aantal percelen dat aan een partij kan worden gegund.”

Gunningcriteria

Voor de herziening van de Aanbestedingswet 2012 op 1 juli jongstleden, bestonden er twee gunningcriteria, namelijk: laagste prijs en economisch meest voordelige inschrijving (EMVI). Met de herziening is dit onderscheid komen te vervallen. Onder de paraplu van EMVI zijn er nu drie gunningcriteria, namelijk:

Beste prijs-kwaliteitverhouding (Beste PKV/BPKV)
Laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit (laagste KBK) en
Laagste prijs (LP).
LP wordt nu dus niet meer als de tegenhanger van EMVI gezien. BPKV wordt bij opdrachten boven de Europese drempel het uitgangspunt. Kiezen voor LP mag alleen, indien dat in de aanbestedingsstukken wordt gemotiveerd.

De Gids Proportionaliteit

Ook de Gids Proportionaliteit, hét naslagwerk op het gebied van de praktische invulling van het proportionaliteitsbeginsel, is sinds 1 juli jongstleden op enkele punten aangepast .

Als aanbestedende dienst moet u de voorschriften van de Gids verplicht toepassen of afdoende motiveren waarom u dat niet doet.

Links naar documenten
Hieronder treft u de links aan naar de documenten die betrekking hebben op de herziening van de Aanbestedingswet 2012 en flankerend beleid:

Halen we 1 juli 2016?

Als het aan de Eerste Kamer ligt wel. Zij heeft het wetsvoorstel met betrekking tot de wijzigingen van de Aanbestedingswet (de ‘Implementatiewet’) aangenomen en daarmee lijkt de weg vrij om de wijzigingen per 1 juli 2016 in te laten gaan.

Maar er is ook nog het Aanbestedingsbesluit (‘Besluit van tot wijziging van het Aanbestedingsbesluit in verband met de implementatie van aanbestedingsrichtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU’) (AB) dat met name regelt dat de gewijzigde versie van de ‘Gids Proportionaliteit’ en het (nieuwe) ‘Aanbestedings Reglement Werken 2016’ (ARW2016) van kracht worden.

Lees meer Halen we 1 juli 2016?

Het aanbestedingsrecht is niet complexer dan ander recht, wij maken het complex!

Het aanbestedingsrecht is met recht geen eenvoudige materie! De eerste kennismaking (of dat nu met de eerste of de laatste implementatie van de EU-richtlijnen was dan wel is) leidde bij velen tot de verzuchting “En nu mag er niets meer..”. Tot er wat ervaring met de materie werd opgebouwd, de nodige verdiepingscolleges werden gevolgd en de nodige literatuur en jurisprudentie was geraadpleegd!

Lees meer Het aanbestedingsrecht is niet complexer dan ander recht, wij maken het complex!