Het aanbestedingsrecht is niet complexer dan ander recht, wij maken het complex!

Het aanbestedingsrecht is met recht geen eenvoudige materie! De eerste kennismaking (of dat nu met de eerste of de laatste implementatie van de EU-richtlijnen was dan wel is) leidde bij velen tot de verzuchting “En nu mag er niets meer..”. Tot er wat ervaring met de materie werd opgebouwd, de nodige verdiepingscolleges werden gevolgd en de nodige literatuur en jurisprudentie was geraadpleegd!

Meer en meer werd voor velen duidelijk dat de wetgeving een politiek doel had en nog steeds heeft: zorgen dat er regels zijn die het ontstaan van in de samenleving onwenselijke en wenselijke situaties maximaal verhindert dan wel bevordert. In het aanbestedingsrecht gaat het dan in essentie om de bevordering van handelsvrijheid in de interne markt en de bescherming van minder sterke partijen tegen sterkere partijen. Flankerend daaraan zijn er elementen in de wetgeving opgenomen die de essentie niet of bijna niet raken maar wel als politiek wisselgeld tussen belangengroeperingen (Lidstaten in de EU, Overheidslichamen in de lidstaten, lobby-organisaties etc.) hebben gediend.

Dat wetgeving dan, hoe goed en eenvoudig in de opzet ook bedoeld, met iedere wijziging complexer wordt is dan ook geen verrassing. Maar omdat we leven in een democratie waar ook ruimte is voor de mening van minderheden en we niet altijd directe invloed hebben moeten we het ons zelf ook enigszins aanrekenen. Toch kunnen we in de praktijk – hoe complex en in veel gevallen onlogisch de aanbestedingswetgeving zich soms laat lezen- net als dat voor alle wetten geldt, prima leven met deze complexiteit. Zolang de rationale achter de wetgeving helder op het netvlies staat kan in 80% van de gevallen een helder antwoord worden gevonden.

Wat het aanbestedingsrecht naast de wetgeving wel lastig maakt is de veelheid en veelvormigheid aan jurisprudentie. Nu is ongetwijfeld veel jurisprudentie in gewijzigde aanbestedingswetgeving gecodificeerd, toch zullen de kort gedingen met als gevolg veel verschillende jurisprudentie staan te popelen op de rollen. Ook de kloof tussen de praktijk en de theorie van de wetgeving leidt tot complexe vraagstukken. Zo kan op basis van de wetgeving weliswaar worden gesteld dat een opdracht moet worden aanbesteed maar zijn er heel goed situaties denkbaar waarbij dat met een voorspelbare uitkomst en bijna onverdedigbaar hoge maatschappelijke kosten gepaard gaat dat aanbesteden met droge ogen niet valt uit te leggen. Ook al moet het toch echt..

Kortom, aanbestedingswetgeving is weliswaar complex, maar niet complexer dan veel andere wetgeving. En als we ons dan laten leiden door de rationale (de grondbeginselen transparantie, non-discriminatie, proportionaliteit en objectiviteit) valt er prima mee te leven. En dat moet ook want we hebben geen andere keus!