Halen we 1 juli 2016?

Als het aan de Eerste Kamer ligt wel. Zij heeft het wetsvoorstel met betrekking tot de wijzigingen van de Aanbestedingswet (de ‘Implementatiewet’) aangenomen en daarmee lijkt de weg vrij om de wijzigingen per 1 juli 2016 in te laten gaan.

Maar er is ook nog het Aanbestedingsbesluit (‘Besluit van tot wijziging van het Aanbestedingsbesluit in verband met de implementatie van aanbestedingsrichtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU’) (AB) dat met name regelt dat de gewijzigde versie van de ‘Gids Proportionaliteit’ en het (nieuwe) ‘Aanbestedings Reglement Werken 2016’ (ARW2016) van kracht worden.

Het ontwerpbesluit over de wijzigingen van het AB staat voor 30 juni aanstaande op de agenda in de Vaste Commissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer. De commissie buigt zich dan over de antwoorden die minister Kamp gegeven heeft op vragen van de fracties van SP en CDA. De vraag van de fractie van het CDA over de implementatie van de wijzigingen op de Aanbestedingswet 2012 is wel heel interessant: “..Lukt het de Minister om dit in ieder geval binnen twee maanden, de extra tijd die Nederland van de Europese Commissie krijgt, in orde te maken?”.

Minister Kamp antwoordt op deze vraag het volgende: “..De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen hadden op 18 april 2016 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd moeten zijn. Bij de behandeling heb ik aangegeven dat de inwerkingtreding is voorzien voor 1 juli 2016. Dit heeft te maken met de onderliggende regelgeving die in lijn moet worden gebracht met de wet, zoals het Aanbestedingsbesluit en met de Gids proportionaliteit en het Aanbestedingsreglement Werken (ARW) waarnaar in dat besluit wordt verwezen. Aanpassingen hierin konden pas worden gefinaliseerd ten behoeve van de voorhang nadat de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel in uw Kamer was afgerond. Absolute zekerheid over de datum van inwerkingtreding kan ik niet bieden. De Eerste Kamer zal het wetsvoorstel immers nog moeten behandelen. Daarnaast wordt het voorgehangen besluit na afloop van de voorhangtermijn voor advies voorgelegd aan de afdeling advisering van de Raad van State.”

Ook schrijft de minister: “..De Europese Commissie heeft Nederland op 26 mei jl. samen met 20 andere EU-lidstaten in gebreke gesteld voor het niet halen van de implementatiedatum voor de drie aanbestedingsrichtlijnen. De voorgenomen inwerkingtredingsdatum van 1 juli valt binnen de aan de 21 lidstaten gegeven termijn van 2 maanden om de richtlijnen alsnog te implementeren.”

Hieruit kan niet anders worden afgeleid dat de wijzigingen op AW2010 uiterlijk 26 juli moeten zijn ingegaan.

Nu de Eerste Kamer het ontwerpbesluit op 21 juni heeft aangenomen moet het dus nog aan de afdeling advisering van de Raad van State (RvS) voor advies worden voorgelegd. Volgens het jaarverslag 2015 van de RvS was de gemiddelde adviesduur in 2015 37 dagen waarbij 204 van de 404 adviesaanvragen (50,5%) een doorlooptijd van 0 tot 1 maand maanden kenden en 129 van de 404 adviesaanvragen (31,9%) een doorlooptijd van 1 tot 2 maanden kenden. De adviezen gevraagd door de Minister van Economische Zaken (EZ) kenden in 2015 een adviesduur van gemiddeld 54 dagen waar dat vorige jaren rond de 32 dagen lag.

Los van de vraag wat het verschil is tussen ‘adviesduur’ en ‘doorlooptijd’ kunnen we met goed fatsoen concluderen dat meer dan de helft van de adviezen door de RvS binnen één maand wordt afgedaan.

Als de adviesduur van dit ontwerpbesluit van EZ niet de trend volgt van de gemiddelde adviesduur voor dit ministerie is er denk ik wel goede reden te veronderstellen dat we 1 juli niet maar 26 juli wel gaan halen.
Zo 26 juli niet wordt gehaald dan ben ik niet alleen benieuwd wat de Europese Commissie dan gaat doen maar ook hoe we dan om moeten gaan met de Europese aanbestedingsrichtlijnen…