De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 3

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 3

Andrea del Castilho

Inkoopadviseur

In de eerste twee delen van deze reeks artikelen over de herziene Gids Proportionaliteit ben ik ingegaan op de wijzigingen inzake elektronisch aanbesteden, facultatieve uitsluitingsgronden, eisen aan onderaannemers, bewijsmiddelen, zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen, de accountantsverklaring en referenties.

In dit derde en laatste deel van deze serie zal ik ingaan op aansprakelijkheid en contract-, inkoop- en leveringsvoorwaarden. Onderaan dit laatste deel vind u een tabel, waarin ik een en ander schematisch weergeef.

8. Aansprakelijkheid

Aan de ene opdracht zijn weinig, aan de andere opdracht veel risico’s verbonden. Uiteraard is het daarbij van belang om de aansprakelijkheid voor beide partijen goed geregeld te hebben. Daar geeft de Gids enkele regels voor. Bij de beoordeling van de vraag of de eisen die u in dit kader stelt, proportioneel zijn, kunt u de volgende aspecten betrekken:

  • Welke risico’s loopt u daadwerkelijk? De aansprakelijkheidseis die u stelt, dient hiermee direct verbonden te zijn.
  • Wat is op het vlak van aansprakelijkheid gebruikelijk in de branche/voor vergelijkbare opdrachten? Bij aansprakelijkheid (bijvoorbeeld in geval van letsel, dood en zaakschade) raadt de Gids u aan om aan te sluiten bij de standaarden van de verzekeringsbranche, die gelden voor de betreffende branche en/of voor vergelijkbare opdrachten. Wat is in dat kader verzekerbaar?

“Aan de ene opdracht zijn weinig, aan de andere opdracht veel risico’s verbonden.”

U kunt per opdracht bepalen welke beperking proportioneel is. De aansprakelijkheid kan worden beperkt in soort, hoogte en duur.
Voor wat betreft de soort aansprakelijkheid, kan er onderscheid gemaakt worden tussen directe en indirecte schade. U mag ingevolge voorschrift 3.9 D van de Gids geen onbeperkte directe/indirecte aansprakelijkheid eisen van inschrijvers. Dat is namelijk disproportioneel.

Ook voor wat de hoogte van het bedrag van aansprakelijkheid betreft, geldt dat u geen ongelimiteerde aansprakelijkheid mag eisen van inschrijvers, wederom omdat dat disproportioneel is.
Voor wat betreft de duur van de aansprakelijkheid kunt u aansluiten bij een percentage van de opdrachtwaarde van een jaar. In ieder geval mag u geen aansprakelijkheidseis van onbepaalde duur stellen: ook dat is disproportioneel.

Wanneer u gebruik maakt van paritair opgestelde voorwaarden (voorwaarden die zijn overeengekomen tussen enerzijds de overheid en anderzijds (een vertegenwoordiging van) marktpartijen), waarin regelingen zijn getroffen aangaande aansprakelijkheid, kunt u aansluiten bij die regelingen.

9. Contract-, inkoop- en leveringsvoorwaarden

Onder dit kopje noem ik kort nog enkele andere wijzigingen die voor uw praktijk wellicht van belang zijn:

  • U moet aan (potentiële) inschrijvers tijdens de aanbestedingsprocedure de mogelijkheid bieden om voorstellen tot aanpassing van de conceptovereenkomst, dan wel voorstellen tot afwijking van de inkoopvoorwaarden te doen;
  • Wanneer er voor de overeenkomst die u wilt gebruiken, paritair opgestelde contractmodellen of algemene voorwaarden bestaan, moet u deze modellen of voorwaarden integraal overnemen/gebruiken. Voorbeelden van paritair opgestelde voorwaarden zijn de UAV –GC 2005 (voor de bouw) en de RVOI 2001 (voor de Ingenieursbranche);
  • U mag niet vragen dat inschrijvers u garanderen dat zij de met u overeengekomen prijs met terugwerkende kracht zullen aanpassen aan de lagere prijs, die zij in de toekomst eventueel met andere wederpartijen zouden overeenkomen.

“Het belang en de noodzaak van het proportionaliteitsbeginsel in de praktijk is toegenomen.”

Conclusie

Het belang en de noodzaak van het proportionaliteitsbeginsel in de praktijk is toegenomen, reden waarom de hierboven behandelde wijzigingen in de Gids Proportionaliteit zijn doorgevoerd. Veel onderwerpen die voorheen niet met name in wet- en regelgeving werden genoemd, zijn nu geregeld in de Gids. Voor de aanbestedende dienst houdt dat een verzwaring in van de plicht om haar praktijk aan te passen aan deze wijzigingen. Ik hoop dat deze reeks artikelen en de tabel hieronder u zullen bijstaan bij het op de juiste wijze doorvoeren van de behandelde onderwerpen in uw organisatie.

2016 tabel Herziene Gids Proportionaliteit

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 2

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 2

Andrea del Castilho

Inkoopadviseur

In het eerste deel van deze reeks artikelen over de herziene Gids Proportionaliteit ben ik ingegaan op de wijzigingen inzake elektronisch aanbesteden en de facultatieve uitsluitingsgronden. In het tweede deel van deze driedelige reeks artikelen zal ik ingaan op de aan onderaannemers gestelde eisen, bewijsmiddelen, zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen, de accountantsverklaring en referenties.

3. (Eisen aan) Onderaannemers

Krijgt u te maken met onderaannemers, dan mag u aan hen geen zwaardere eisen stellen dan aan de inschrijvers zelf. Dat is disproportioneel volgens de Gids. Ook moeten de eisen die u aan onderaannemers stelt, direct terug te voeren zijn op (de competenties die benodigd zijn voor) de aan te besteden opdracht. Anders voldoet u ook niet aan de proportionaliteitseis.

4. Bewijsmiddelen

U mag slechts de inschrijver, die de economisch meest voordelige inschrijving heeft uitgebracht, vragen om bewijsmiddelen te leveren waarmee hij kan aantonen dat de uitsluitingsgronden niet op hem van toepassing zijn. Volgens de Gids is het ook disproportioneel om meer bewijsmiddelen te vragen dan die daadwerkelijk betrekking hebben op de door u gestelde uitsluitingsgronden.
De opgave van uitsluitingsgronden moet voortaan verplicht gedaan worden via het UEA, het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, dat in de plaats van de vroegere Eigen verklaring is gekomen.

“U mag alleen zekerheidsstelling van inschrijvers eisen, voor zover die noodzakelijk is voor het afdekken van de risico’s.”

5. Zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen

Voorschrift 3.5 D van de Gids gaat over zekerheidsstellingen, bijvoorbeeld cessie (van verzekeringspenningen), bankgaranties, inhouding van betalingen en escrows. (Met cessie van verzekeringspenningen wordt bedoeld dat de verzekeraar haar vorderingen op de verzekerde, bijvoorbeeld verzekeringspremies of uitkeringen, overdraagt aan anderen, bijvoorbeeld aan u als opdrachtgever.) Deze regels zijn gesteld omdat u er als aanbestedende dienst – in het kader van uw naleving van het proportionaliteitsbeginsel – altijd rekening mee moet houden wat de door u gestelde eisen en regels in de praktijk betekenen voor de inschrijvers. Het eisen van zekerheidsstellingen betekent voor elke inschrijver namelijk hoge kosten en beperkt de inschrijver in de mogelijkheden om zijn geld te beheren en besteden.

U mag alleen zekerheidsstelling van inschrijvers eisen, voor zover die noodzakelijk is voor het afdekken van de risico’s, verbonden aan de uitvoering van de opdracht. En dan nog mag de waarde van de zekerheidsstelling maximaal 5% van de waarde van de opdracht zijn. Wilt u van dit percentage afwijken, in die zin dat u een hoger percentage wil eisen, dan moet u dat deugdelijk motiveren in uw aanbestedingsstukken. Dit mag bijvoorbeeld wanneer u met de inschrijver overeengekomen bent dat u hem vooruit betaalt, dus voordat hij de prestatie heeft geleverd: de hoogte van de zekerheidsstelling mag u in zo’n geval relateren aan de door u gegeven vooruitbetaling of het door u gegeven voorschot. In het kader van de proportionaliteit mag u niet vragen dat de zekerheidsstelling langer loopt dan strikt noodzakelijk is voor de aan te besteden opdracht en raadt de Gids u aan om de zekerheidsstelling naar beneden bij te stellen, wanneer een deel van de opdracht is afgerond. Ook moet u in het oog houden dat u geen dubbele zekerheidsstellingen (bijvoorbeeld zowel een bankgarantie, als inhouding van betalingen) mag vragen: dat is disproportioneel.

Omdat verzekeraars in het algemeen niet instemmen met het cederen van verzekeringspenningen wordt het door de Gids sterk afgeraden om inschrijvers te vragen om cessie van verzekeringspenningen.

6. Accountantsverklaring

Pas nadat u een opdracht heeft gegund, mag u van de partij aan wie u gegund heeft, een goedkeurende accountantsverklaring betreffende de jaarrekening vragen. U mag echter geen door de accountant overgelegde (deel-)verklaring, die betrekking heeft op een of meer onderdelen van de jaarrekening van de inschrijver, verlangen. Is een inschrijver niet jaarrekeningplichtig, dan is het voldoende dat hij een beoordelings- of samenstellingsverklaring overlegt. Zie hiervoor voorschrift 3.5 E van de Gids.

De achterliggende reden voor laatstgenoemd voorschrift is wederom, dat het in beginsel disproportioneel is om een goedkeurende accountantsverklaring bij een jaarrekening te vragen aan een ondernemer die niet jaarrekeningplichtig is, omdat het voor die ondernemer voor extra administratieve verplichtingen zorgt. Van dergelijke inschrijvers kunt u dus ofwel een beoordelings-, ofwel een samenstellingsverklaring eisen, maar dan alleen van de inschrijver waarvan u verwacht, dat die de opdracht gegund zal krijgen.

Afwijkende of aanvullende verklaringen mag u niet eisen: dat is disproportioneel. U mag dus niet vragen om extra verklaringen bij bijvoorbeeld referentieprojecten. En wanneer een inschrijver deel uitmaakt van een concern, is het voldoende dat de inschrijver geconsolideerde jaarstukken van het gehele concern overlegt: vragen naar een enkelvoudige accountantsverklaring daarnaast is disproportioneel, wanneer het concern alleen geconsolideerde jaarstukken beschikbaar heeft. U mag dan wel van de inschrijver vragen dat zij via een eenvoudige verklaring vastlegt, dat het concern met betrekking tot de door u gestelde eisen garant staat voor deze inschrijver.

“Pas nadat u een opdracht heeft gegund, mag u van de partij aan wie u gegund heeft, een goedkeurende accountantsverklaring betreffende de jaarrekening vragen.”

7. Referenties

Volgens voorschrift 3.5 G van de Gids mag u per kerncompetentie maximaal een (1) referentie vragen. Volgens de Gids is dat voldoende. Vraagt u naar referentieprojecten, dan raadt de Gids u aan om niet te vragen naar referentieprojecten met een hogere waarde dan maximaal 60% van de geraamde waarde van de opdracht, die wordt aanbesteed. Wilt u daarvan afwijken, dan moet u dat gedegen motiveren.

Voor werken mag u een referentietermijn van maximaal 5 jaar aanhouden. Voor diensten en leveringen geldt een referentietermijn van maximaal 3 jaar. U mag deze termijnen verkorten, maar niet verlengen. Alleen wanneer er onvoldoende gegadigden zijn die kunnen voldoen aan de door u gestelde referentie-eisen, mag u overgaan tot verlenging van deze termijnen.
Uit de overgelegde referenties moet blijken dat de inschrijver daadwerkelijk beschikt over de competenties, die noodzakelijk zijn om hetgeen u vraagt, in de praktijk te brengen. Het is niet nodig dat de referenties betrekking hebben op identieke opdrachten, als die u wilt aanbesteden.

Verder wordt aangeraden terughoudend te zijn met het stellen van vormvereisten aan referenties. In de praktijk zou dat namelijk voor de inschrijver kunnen betekenen dat hij telkens terug moet naar zijn referent (waarvoor hij mogelijk jaren geleden de referentieopdracht heeft verricht) om telkens opnieuw om een handtekening te vragen voor telkens een nieuw referentie-opgave-model. De Gids geeft aan dat dit disproportioneel is, omdat het onder andere leidt tot ongewenste administratieve belasting van de inschrijver.

In het derde en laatste deel van deze serie komen referenties, aansprakelijkheid en contract-, inkoop- en leveringsvoorwaarden aan bod. In het laatste deel treft u ook een handig overzicht aan waarin u in een oogopslag kunt zien op welke wijze de behandelde onderwerpen in het kader van het proportionaliteitsbeginsel juist worden toegepast en wanneer dat juist niet het geval is.

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 1

De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 1

Andrea del Castilho

Inkoopadviseur

De recente herziening van de Aanbestedingswet 2012 heeft ook geleid tot herziening van de Gids Proportionaliteit. Het doel van deze herziening is een betere samenwerking tussen aanbestedende diensten en de markt, alsook om het gehele aanbestedingsproces voor alle betrokken partijen te vereenvoudigen. Daarnaast wil de wetgever tegemoet komen aan de bezwaren van de markt omtrent de – soms –onredelijke eisen, die aanbestedende diensten in aanbestedingsprocedures stellen.

De recente herziening van de Aanbestedingswet 2012 heeft ook geleid tot herziening van de Gids Proportionaliteit (hierna: de Gids, klik hier voor de Gids). Het doel van deze herziening is een betere samenwerking tussen aanbestedende diensten en de markt, alsook om het gehele aanbestedingsproces voor alle betrokken partijen te vereenvoudigen. Daarnaast wil de wetgever tegemoet komen aan de bezwaren van de markt omtrent de – soms –onredelijke eisen, die aanbestedende diensten in aanbestedingsprocedures stellen.

In mijn vorige artikel, ‘Wat betekenen de wijzigingen op de Aanbestedingswet voor u?’, ben ik globaal ingegaan op de herziening van de Aanbestedingswet 2012 en daarmee samenhangende onderwerpen. In dit artikel, dat in drie delen zal verschijnen, behandel ik – zonder daarbij uitputtend te willen zijn –de belangrijkste aanpassingen van de Gids en geef ik daarbij aan wat dat voor u in de praktijk betekent.

De Gids is nog steeds een verplicht richtsnoer voor de praktische toepassing van het proportionaliteitsbeginsel: bij juridische procedures toetst de rechter namelijk evenzeer aan de Gids, als aan de Aanbestedingswet en andere relevante wet- en regelgeving. Ook moeten de in de Gids opgenomen voorschriften verplicht worden nageleefd. Leeft u ze niet na, dan moet u dat motiveren.

“De Gids is nog steeds een verplicht richtsnoer voor de praktische toepassing van het proportionaliteitsbeginsel.”

De Gids geldt voor alle aanbestedingen, zowel voor nationale, als voor Europese. De Gids geldt ook voor alle sectoren, dus ook voor de speciale sectoren.
In de drie delen waaruit dit artikel bestaat, zal ik achtereenvolgens de volgende 9 onderwerpen behandelen:

Deel 1
1. elektronisch aanbesteden,
2. facultatieve uitsluitingsgronden,

Deel 2
3. (eisen aan) onderaannemers,
4. bewijsmiddelen,
5. zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen,
6. accountantsverklaring,
7. referenties,

Deel 3
8. aansprakelijkheid en
9. contracts-, inkoop en leveringsvoorwaarden.

In de artikelen volg ik de doorgaande nummering, zoals hierboven aangegeven. Onderaan het derde en laatste deel van dit artikel sluit ik af met een tabel, waarin ik een en ander schematisch weergeef.

1. Elektronisch aanbesteden
Met de herziening van de Aanbestedingswet 2012, is elektronisch aanbesteden met ingang van 1 juli 2017 (dus vanaf volgend jaar!) verplicht gesteld. Denkt u eraan dat, naast de publicatie, ook de aanbestedingsdocumenten en de inschrijving en de procedure, evenals alle communicatie vanaf 1 juli 2017 elektronisch plaats moet vinden via een van de daarvoor bestemde platformen, zoals TenderNed of Tsenders (door TenderNed geautoriseerde platformen). Op TenderNed kunt u via deze link https://www.tenderned.nl/over-tenderned/ketenpartners een opsomming vinden van Tsenders. De bedoeling van elektronisch aanbesteden is om de administratieve lasten voor uzelf, maar ook voor de inschrijvers te verlichten. Voor meer informatie over dit onderwerp verwijs ik u naar het artikel Heeft u al een agendapunt voor 1 juli 2017 aangemaakt? Elektronisch aanbesteden! van mijn collega, Marius Dygudaj, die u meer over dit onderwerp vertelt.

2. Facultatieve uitsluitingsgronden
Hier behandel ik de ernstige fout en past performance. Zie hiervoor paragraaf 3.5.1 en voorschrift 3.5 A van de Gids.
a. Ernstige fout
U kunt partijen uitsluiten wegens het hebben begaan van een ‘ernstige fout’, maar deze uitsluitingsgrond mag u alleen in zeer uitzonderlijke situaties toepassen. Juist omdat dit begrip voor meerdere uitleg vatbaar is, moet u terughoudend zijn bij de toepassing ervan. Een deel van de fouten die hieronder vallen, zijn opgenomen in de Gedragsverklaring Aanbesteden.
b. Past performance
Dezelfde terughoudendheid moet u in acht nemen bij het uitsluiten van inschrijvers wegens ‘past performance’ (gedragingen van de inschrijver in het verleden). Wanneer u deze uitsluitingsgrond wil gebruiken, moet u zich daarbij realiseren dat het niet gaat om kleine misstappen van de inschrijver, maar om objectief vastgestelde aanzienlijke of herhaaldelijke tekortkomingen van essentiële bepalingen bij eerdere opdrachten waar deze inschrijver voor verantwoordelijk kan worden gehouden. Van aanzienlijke of herhaaldelijke tekortkomingen is sprake wanneer het tekortkomingen betreft, die hebben geleid tot vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst, schadevergoeding of andere vergelijkbare (niet-standaard en substantiële) sanctie. Het betreft “nadrukkelijk uitzonderlijke situaties” en de tekortkoming moet “objectief en consistent” zijn vastgesteld. (Zie de Gids onder voorschrift 3.5 A). U mag hierbij rekening houden met zowel tekortkomingen bij uzelf, als bij andere opdrachtgevers.

De nieuwe Gids geeft duidelijke handvaten over hoe om te gaan met de lijst/het register, waarin de slechte prestaties van aanbieders worden bijgehouden. Wanneer u zo’n lijst/register bijhoudt, moet u dat zorgvuldig doen en altijd rekening houden met het feit dat dergelijke lijsten al snel imagoschade voor bedrijven kunnen opleveren. Het is uw verantwoordelijkheid als aanbestedende dienst om ervoor te zorgen dat uw organisatie daar verantwoordelijk mee omgaat.

“Uit de cijfers die dan naar boven komen kan je heel veel signalen aflezen.”

Zorgt u dus voor voldoende details in de vermelding van de tekortkoming(-en) van bedrijven. Van groot belang is ook dat u elke ondernemer de kans biedt om zijn eventuele vermelding op de lijst ter discussie te stellen en aan te tonen dat hij acties (In de Gids worden dat ‘verbeteracties’ genoemd) heeft ondernomen om eventuele tekortkomingen in de toekomst te voorkomen. Dit wordt in de Gids het ‘zelfreinigend vermogen’ van ondernemers genoemd. U moet daar drie jaar voor terugkijken. Mocht de ondernemer erin geslaagd zijn om aan te tonen dat hij weer een betrouwbare partner is, dan mag u hem niet meer uitsluiten. Wilt u dat toch doen, dan moet u die beslissing heel goed motiveren.

In het tweede deel van deze serie artikelen zal ik ingaan op de volgende onderwerpen: eisen aan onderaannemers, bewijsmiddelen, zekerheidsstelling en cessie van verzekeringspenningen en de accountantsverklaring. In het derde en laatste deel van deze serie komen referenties, aansprakelijkheid en contract-, inkoop- en leveringsvoorwaarden aan bod. In het laatste deel treft u ook een handig overzicht aan waarin u in een oogopslag kunt zien op welke wijze de behandelde onderwerpen in het kader van het proportionaliteitsbeginsel juist worden toegepast en wanneer dat juist niet het geval is.

De recente herziening van de Aanbestedingswet 2012 heeft ook geleid tot herziening van de Gids Proportionaliteit. Het doel van deze herziening is een betere samenwerking tussen aanbestedende diensten en de markt, alsook om het gehele aanbestedingsproces voor alle betrokken partijen te vereenvoudigen. Daarnaast wil de wetgever tegemoet komen aan de bezwaren van de markt omtrent de – soms –onredelijke eisen, die aanbestedende diensten in aanbestedingsprocedures stellen.

Lees meer De herziene Gids Proportionaliteit: 9 tips voor uw praktijk – deel 1

Wat betekenen de wijzigingen op de Aanbestedingswet 2012 voor u?

Wat betekenen de wijzigingen op de Aanbestedingswet 2012 voor u?

Andrea del Castilho

Inkoopadviseur

Eindelijk zijn dan op 1 juli de wijzigingen op de Aanbestedingswet 2012 in werking getreden. Tegelijk  is ook het flankerend beleid van die wet, namelijk de ARW 2012, de Gids Proportionaliteit en de Uniforme Eigen Verklaring in werking getreden. Een aantal bepalingen van de Aanbestedingswet is nader uitgewerkt in het Aanbestedingsbesluit. Ook dat besluit is herzien. De links naar alle relevante documenten vindt u onderaan dit artikel.

Deze herziening heeft natuurlijk gevolgen voor u als aanbestedende dienst. In dit artikel stip ik in dat kader enkele belangrijke wijzigingen van de Aanbestedingswet aan. Ook geef ik enkele wijzigingen aan van de Gids Proportionaliteit. In opvolgende artikelen zullen deze onderwerpen uitgebreider worden behandeld.

Elektronisch aanbesteden

Natuurlijk doet uw organisatie al aan elektronisch aanbesteden, u moet immers TenderNed gebruiken voor alle verplichte aankondigingen. Echter, vanaf 1 juli 2017 is het voor alle opdrachten boven de Europese drempelwaarden, inclusief alle sociale en andere specifieke diensten met een opdrachtwaarde van boven de Euro 750.000,-, wettelijk verplicht om de gehele aanbestedingsprocedure digitaal te laten verlopen. Dus niet alleen de publicatie en de communicatie maar ook de inschrijving en beoordeling. Wees er daarom op bedacht dat uw organisatie per 1 juli 2017 zodanig moet zijn ingericht, dat zij in staat is om volledig elektronisch te kunnen aanbesteden.

Nieuwe procedures

Het innovatiepartnerschap is een van de nieuwe procedures, die in de herziene Aanbestedingswet worden geïntroduceerd. Met deze procedure wordt meer ruimte geschapen voor dialoog met de markt en voor het uitvragen van innovatieve oplossingen. Deze procedure is bestemd voor overheidsopdrachten, die gericht zijn op ‘ontwikkeling en aanschaf van een innovatief product of werk of een innovatieve dienst welke niet reeds op de markt beschikbaar is’. Aanbestedende diensten kunnen met een of meer marktpartijen een samenwerking aangaan, om nieuwe of innovatieve producten te ontwikkelen.

Een tweede nieuwe procedure is de Mededingingsprocedure met onderhandeling (MMO). Deze procedure lijkt op de concurrentiegerichte dialoog. Een verschil met de concurrentiegerichte dialoog is dat bij de MMO pas na een dialoogfase een eerste inschrijving plaatsvindt.
II-B diensten bestaan niet meer!

“Natuurlijk doet uw organisatie al aan elektronisch aanbesteden, u moet immers TenderNed gebruiken voor alle verplichte aankondigingen.”

Hiervoor zijn de ‘ Sociale en andere specifieke diensten’ in de plaats gekomen. Onder deze categorie vallen sommige diensten, die vroeger onder het II-B regime vielen. Het betreft diensten van onder meer de gezondheidszorg, onderwijs, enkele juridische diensten, maatschappelijke dienstverlening en administratiediensten voor onderwijs. Is de opdrachtwaarde minder dan € 750.000,-, dan is een meervoudig onderhandse procedure vaak voldoende. In ieder geval dient de opdracht, wanneer er sprake is van een duidelijk grensoverschrijdend belang, te worden aangekondigd. Ook dient het gunningsbericht te worden gepubliceerd.

Uniform Europees Aanbestedingsdocument vervangt Eigen verklaring

Vanaf 1 juli jongstleden is het Nederlandse model eigen verklaring vervallen. Daarvoor in de plaats is het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) gekomen. Het UEA is een Europees standaard document dat wordt toegepast op aanbestedingen zowel boven, als onder de drempel. Aanbestedende diensten zijn verplicht om deze verklaring te hanteren.

Voor opdrachten boven de drempel is het gebruik van een UEA verplicht. Voor opdrachten onder de drempel is het gebruik van de UEA alleen verplicht, indien u zou besluiten om bij aanbestedingen uitsluitingsgronden en/of geschiktheidseisen te stellen.

Het Ministerie van Economische Zaken heeft in het kader van de UEA een interactief pdf-formulier ontwikkeld. Dit formulier bestaat uit een deel dat door de aanbestedende dienst wordt ingevuld en een deel dat door de inschrijvers wordt ingevuld. Het UEA verschilt slechts op enkele punten van de vroegere Nederlandse Eigen Verklaring.

Percelenregeling en clusteren

Ook op het vlak van percelen en clusteren zijn veranderingen ingetreden. In principe bent u als aanbestedende dienst verplicht om een opdracht in percelen op te splitsen. Besluit u dat niet te doen, dan moet u dat in de aanbestedingsstukken motiveren. U mag de opdracht echter niet onrechtmatig splitsen, dat wil zeggen met het doel om de aanbestedingsregels te ontduiken. Ook is het nu mogelijk om een maximum te stellen aan het aantal percelen dat aan een partij kan worden gegund. Het omgekeerde kan echter ook het geval zijn: dat het juist, vanuit het proportionaliteitsbeginsel bezien, beter is om geen beperking aan te brengen in het aantal percelen dat u aan een partij wil gunnen.

Daarnaast is het u in principe verboden om opdrachten te clusteren, dat wil zeggen om verschillende kleine opdrachten in een aanbesteding onder te brengen. Besluit u dat toch te doen, dan dient u dit in de aanbestedingsstukken te motiveren.

“Het is nu mogelijk om een maximum te stellen aan het aantal percelen dat aan een partij kan worden gegund.”

Gunningcriteria

Voor de herziening van de Aanbestedingswet 2012 op 1 juli jongstleden, bestonden er twee gunningcriteria, namelijk: laagste prijs en economisch meest voordelige inschrijving (EMVI). Met de herziening is dit onderscheid komen te vervallen. Onder de paraplu van EMVI zijn er nu drie gunningcriteria, namelijk:

Beste prijs-kwaliteitverhouding (Beste PKV/BPKV)
Laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit (laagste KBK) en
Laagste prijs (LP).
LP wordt nu dus niet meer als de tegenhanger van EMVI gezien. BPKV wordt bij opdrachten boven de Europese drempel het uitgangspunt. Kiezen voor LP mag alleen, indien dat in de aanbestedingsstukken wordt gemotiveerd.

De Gids Proportionaliteit

Ook de Gids Proportionaliteit, hét naslagwerk op het gebied van de praktische invulling van het proportionaliteitsbeginsel, is sinds 1 juli jongstleden op enkele punten aangepast .

Als aanbestedende dienst moet u de voorschriften van de Gids verplicht toepassen of afdoende motiveren waarom u dat niet doet.

Links naar documenten
Hieronder treft u de links aan naar de documenten die betrekking hebben op de herziening van de Aanbestedingswet 2012 en flankerend beleid: